Hugo Van Dienderen op de praatstoel: evenwicht tussen nationaal en plaatselijk engagement

24/05/2009

Op zijn 66ste is Hugo Van Dienderenallerminst ‘uitgebold’. En ‘ingerold’? Zijn leven-lang is het nooit andersgeweest. Al van in zijn prille scoutsjaren. En altijd weer was er datmerkwaardige evenwicht tussen landelijke en lokale inzet. Het ene bevruchtte eninspireerde telkens weer het andere…

‘Eigenlijk heb ik het van ons vader. Die was ook bij de scouts en zelfs als kind nam hij mij en mijn broer mee naar de groep waar hij groepsleider was.Later doorliep ik zelf alle scoutsgeledingen tot en met gouwcommissaris van Antwerpen. Na mijn klassieke filologie kon ik als leraar Latijn-Grieks aan de slag in Pius X (Antwerpen). Vijf jaar later zocht KSA een benoemde leerkracht om te detacheren en die vonden ze niet in eigen rangen. De daaropvolgende jaren waren heel bepalend voor mijn maatschappelijk engagement. Wij aanvaardden in de KSA de maatschappij niet zoals ze zich aandiende encontesteerden die in woord en geschriften. Even later mondde dat uit in een‘Jaar van de Rechtvaardigheid’, gedragen door een aantal katholieke jeugdbewegingen. Het was ook de periode van dekolonisering. We sympathiseerden met het Ujamaa-project van de Tanzaniaanse president Julius Nyerere en zettenons af tegen de laatste stuiptrekkingen van het Salazarregime in Portugal. We brachten ook een ‘ganzenbord Zuidelijk Afrika’ uit, waarmee kinderen speels met de noordzuidproblematiek in contact kwamen. Deze aanpak werd niet overal gesmaakt. Gazet van Antwerpen nam ons flink op de korrel. Het hield ons niet tegen, want na het ganzenbord volgde nog een hele reeks spelmateriaal dat oog had voor andere maatschappelijke problemen.

De nadagen van ‘68

Na de KSA volgde mijn VRT-periode. Met zo’n 1.600 kandidaten meldden we ons voor het examen journalist. Na 5 proeven bleven we nog met 5 over. Samen met Guy Poppe en Herman Henderickx ging ik aan de slag voor de radio. Het was een boeiende periode, ondanks het keurslijf van de objectiviteit dat je als journalist meekreeg. De plaatsing van raketten in Kleine Brogel, het was niet evident om daarbij je mening teonderdrukken… Ik heb toen ook veel debatten gemodereerd van nieuwe sociale bewegingen.

Ongeveer gelijktijdig gebeurde er heel wat in Brasschaat waar ik me, samen met mijn vrouw Jeannine, als jong koppel had gevestigd. We richtten er samen een maatschappijkritische ‘seingroep’ op, die even later zou aanleiding geven tot een wereldwinkel en tot andere sociale initiatieven, zoals een gepolitiseerd 11.11.11.-comité en, ik denk het toch, de eerste GROS of Gemeentelijke raad voor Ontwikkelingssamenwerking in Vlaanderen.

Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 1982 richtte mijn vrouw JeannineWeyers samen met anderen een Agalevgroep op en diende Agalev een onvolledige lijst in. Die behaalde in één klap 2 gekozenen.

In 1985 deed de partij een oproep voor kandidaten. Ik twijfel of ik zou meedoen, maar in 1987 kwam ik als 2de uit de poll en dat werd het begin van 12 jaar federaal parlement. In 1999 maakte ik plaats voor verjonging. Fauzaya Talhaoui nam het van me over.

Gezond ouder worden

Plaats voor een zwart gat was er niet. Ik heb altijd gezocht naar een evenwicht tussen nationaal en plaatselijk engagement. We waren intussen naar Antwerpen verhuisd en ik keerde terug naar de basiswerking. Ik werd politieksecretaris van Agelev Antwerpen. Tegelijk kreeg ik ook meer oog voor devergrijzing. Dat gaf iets later aanleiding tot het ontstaan van AGS, deAntwerpse Groene Senioren. Met onze ervaring en een interessant programma voorouderen probeerden we een brug te slaan naar Agalev. 3 jaar later kreeg ik gezondheidsproblemen en moest ik het roer overlaten aan Tony Cooreman. Maar ook dat was een opportuniteit. In mijn zoektocht naar genezing spitste ik me toe opeen manier om gezond ouder te worden. Het internet speelde daarbij een belangrijke rol. Later werkte ik die kennis uit tot een powerpoint waarmee ik talloze keren de boer opging.

En toen was er het politiek debacle van 2003. Agalev verdween uit het federaal parlement. Het groene gedachtegoed stond op de tocht, maar mocht niet verdwijnen. Met de lokale ervaring van AGS vond ik dat we ook nationaal iets konden doen. Onderimpuls van toenmalig nationaal politiek secretaris Dirk Holemans en met de hulp van enkele Antwerpse Groene Senioren werd Groen!Plus opgericht. Net zoals in Antwerpen dachten we ook in andere steden kernen op te richten, maar dat lukteniet zo best. We besloten dan provinciaal te gaan en Bert Weyts –een nieuwe groene- bouwde ons netwerk verder uit. Intussen worden, samen met andere groepen, nieuwe initiatieven genomen die het groene gedachtegoed extra zuurstofgeven.

Sinds kort ben ik ook voorzitter van Groen! district Antwerpen. Onze districtraadsleden trokken hun streng wel, maar iemand moest de coördinatie op zich nemen. En zo is het evenwicht tussen nationaal en lokaal weer eens hersteld.

Wekelijks blijft er ook nog tijd over voor de kleinkinderen. Maandag en woensdagnamiddag zijn ze hier altijd welkom. De kleinste haal ik af in de peutertuin, of ik ga mee als begeleider bij de tweede voor een klasuitstap. Woendag heb ik vaak met de trein naar Gent gereden om daar mijn kleinzoon op school afte halen en naar Antwerpen te brengen. Hij schiet namelijk zeer goed op met de tweede dochter van mijn oudste die in Antwerpen woont. ‘s Avonds ging ik hem dan terugbrengen met de trein. Dat maakt vier ritten op één dag.

2003 gaf met een prikkel

Hoe Jeannine reageert op mijn inzet? Ze is me in de politiek voorgegaan en was al gemeenteraadslid nog voor ik naar de Kamer vertrok. Op maatschappelijk en politiek vlak komen we heel goed overeen. In Brasschaat noemden ze ons ‘het groen koppel’!

In je eentje is het moeilijk om iets te realiseren. Je hebt een groep nodig die zich kan doorzetten. Binnen die groep moet je delegeren en dat leerde ik bij de scouts. In de patrouille iedereen zijn taak geven, zo is het begonnen. (na een korte pauze) Ik denk dat de seniorenwerking van Groen! me wel zal overleven.

De verkiezingsnederlaag van 2003 bezorgde me een schok, maar het was ook een prikkel om er met nieuwe energie tegen aan te gaan. Samen doorzetten, niet voor het materiële, want dat is er meer dan genoeg, maar voor spirituele en andere waarden die het leven mooi en aantrekkelijk maken.

Blijft er nog ruimte buiten de politiek, of waarvoor wil ik nog tijd maken?

Ik heb altijd veel gefotografeerd. Heel wat familiefoto’s samengebracht in een heus fotoboek, maar fotografie kan ook mee helpen om de planeet te redden. Kort voor zijn dood heb ik mijn vader nog geïnterviewd en mijn vrouw heeft dat gefilmd. Ik wil dat ruw materiaal nog bewerken voor een familiebijeenkomst.

Vreugde putten uit kleine dagdagelijkse dingen

Wat me bij dat alles blijft voortstuwen? De zin voor rechtvaardigheid die in mijn studententijd werd aangescherpt door de kloof tussen Noord en Zuid. Van de armoede die ook hier bestaat, werd ik me pas later bewust, maar ze is er en wordt helaas groter. We moeten de idealen van de Franse Revolutie: vrijheid, gelijkheid en broederlijkheid uitbreiden met intergenerationele solidariteit.

Ik voel me de laatste tijd heel energiek. De confrontatie met prostaatkanker zorgde voor reflectie. De studie ervan leerde me ook hoe anderen met de eindigheid omgaan. Ik hoop, net als mijn vader, helder te blijven tot het einde… Als het fysiek minder met me gaat, zal ik proberen dat te aanvaarden. Maar dan nog kan je vreugde putten uit kleine dagdagelijkse dingen: het botten van de bladeren, het tsjilpen van de vogels…

WalterDecoene